Inleiding

Uit de kadastrale gegevens van de gemeente Hengstdijk in 1832 blijkt dat het grootgrondbezit een belangrijke rol speelde. Meer dan 400 hectare was in het bezit van de 4 grootste grondeigenaren. Wat ook opvalt is deze eigenaren allen afkomstig zijn uit het huidige België of daar een relatie mee hebben.  Drie betreft een persoon en de vierde is een organisatie. De vraag is wie waren/was deze personen/organisatie en hoe waren zij aan dit bezit gekomen en waardoor was de relatie met België ontstaan?

Grootgrondbezitters en hun eigendom te Hengstdijk in hectares

J.P. Hombach                                                 175

Graaf Robbiano                                              109

Maatschappij Algmene Nederlanden                 124

Van Alstein                                                      35

Meijers                                                            32

Uit oude bronnen blijkt dat aan het begin van de Tachtigjarige oorlog een groot deel van het grondbezit van het land van Hulst ten noorden van de Vogel toebehoorde tot de Abdij van ter Duinen en de abdij van Drongen. Ten zuiden van de Vogel waren de polders grotendeels in het bezit van de abdijen van Boudeloo en Cambron.

Het ontstaan van het kroondomein.

Bij het ontstaan van de Noordelijke Nederlanden met de Unie van Utrecht sloten de steden Gent Ieper en Brugge zich daarbij aan. Zo werd Vlaanderen, waar het land van Hulst toen toe behoorde, een deel van de Unie van Utrecht. Kloosters werden in beslag genomen en in 1583  werden de bezittingen van ter Duinen door de staten van Vlaanderen geschonken aan de Oranjes ter compensatie van bezittingen die zij in de zuidelijke Nederlanden verloren hadden.  Tijdens de tachtigjarige oorlog ging het land van Hulst over naar de Zuidelijke Nederlanden en de kloosters kregen toen hun bezittingen terug. Toen aan het einde van de tachtigjarige oorlog Hulst weer bij de Noordelijke Nederlanden kwam, ging het bezit terug naar de Oranjes. Het Hervormde kerkje van Kloosterzande en het landgoed daarom heen waren onderdeel van het Klooster ter Duinen.

Uit de overzichten met betrekking tot grondeigendom rond 1720, die de vrienden van het Hulsterarchief hebben gemaakt, zien we dat de Oranjes veel bezittingen hebben  in de gemeente Hengstdijk. Bij verdere bestudering blijkt dat de eigendom van de vier grootgrondbezitters voortkomen uit het bezit van de Oranjes en daarvoor van het Klooster van Ter Duinen. Het is de vraag hoe dat is gebeurd.

 In 1794 bezetten Frans legers de Nederlanden en Zeeuws-Vlaanderen wordt ingelijfd bij Frankrijk. De Oranjes vluchtten naar Engeland en hun bezit werd in beslag genomen door de Franse staat. Het was toen 5 jaar na de Franse revolutie. De revolutionaire Franse regering was tegenstander van adellijke en kerkelijke bezittingen en had door oorlogen grote behoefte aan geld. Landgoederen van kerken en adel  werden daarom in beslag genomen en zo mogelijk verkocht. Voor gefortuneerde lieden was dit een mogelijkheid om landerijen aan te kopen. Mogelijk hebben een aantal rijke Belgen zo bezittingen in het land van Hulst verworven. Na de Franse tijd werden de Oranjes in hun bezit hersteld voor zover dat dat nog niet was verkocht.

Maatschappij Algemene Nederlanden

In Nederland waren de overheidsfinanciën  en de bancaire sector na de Franse tijd chaotisch. Koning Willem 1 zag dat voor een gezonde economische ontwikkeling een robuuste bank noodzakelijk was. Hij richtte daarom de Maatschappij Algemene Nederlanden ter begunstiging van de volksvlijt op het latere Societé Générale de Belgique. Deze bank was gevestigd in Brussel. Ook toen hadden banken een groot kapitaal nodig dat hun klanten vertrouwen moest geven. De koning droeg daartoe zijn domeinen, waaronder die in het noordelijke deel van het land van Hulst, over aan de bank.  Verkopen van de domeinen was maar voor een deel mogelijk. 

Het bezit van de Maatschappij Algemene Nederlanden in 1832 in de toenmalige gemeente Hengstdijk

Na de scheiding van België en Nederland heeft zijn zoon koning Willem 2 de bezittingen terug gekregen en werden deze ondergebracht in het kroondomein. Volgens het kadaster in 1832 bezat de Algemene Nederlandsche Maatschappij in Hengstdijk  124 hectare verspreid over 147 percelen. In het land van Hulst bezat deze bank in totaal 1.911 percelen. Bijna alle percelen van het kroondomein liggen in het noordelijke deel van het land van Hulst.

Johan Pieterszn Hombach

Johan Pieterszn Hombach geboren op 22 december in den Haag en overleden op 27 januari te Hulst. Hij kwam als militair in 1780 naar Hulst en trouwde daar met de welgestelde dame Dorothea Johanna Wagenschiet.  Waarschijnlijk dat het bezit van zijn schoonvader het begin van zijn imperium was.  Een uitgebreide beschrijving van de familie Hombach staat in de volgende link https://www.conam.info/publicaties/artikelen-van-leden/2008-fernand-hombach-autopionier-in-zeeland

In 1832 bezat Johan Pietrszn Hombach  165 percelen in de gemeente Hengstdijk met een totaal oppervlak van 175 hectare. Deze gronden bezat hij samen met Charles Marie Coppens uit een familie die tot de elite van België behoorde. Ik denk dat dit ongeveer de helft van hun bezit was want in het land van Hulst hadden zij in totaal 317 percelen.

Het bezit van Johan Pieterszn Hombach en de Gentenaar Charles Marie Coppens in 1832 in de toenmalige gemeente Hengstdijk.

Hoe de verdeling van de eigendommen tussen Coppens en Hombach in elkaar zat is (nog) niet bekend. Was hij een rentmeester met een gering belang of voor 50% mede-eigenaar? Wie het weet mag het zeggen. Charles Coppens is volgens Wikipedia geboren op 9 november in Gent en op 26 november 1874 te Sint Joost ten Node overleden. Onder het verenigd koninkrijk der Nederlanden werd hij opgenomen in de adel. Bij de onafhankelijkheid van België wordt hij gekozen in het nationaal congres. Tijdens de opstand was Coppens kapitein van de burgerwacht in Gent. Hij was daarmee een  voorstander van de Belgische onafhankelijkheid wat mogelijk moeilijk te verenigen was met zijn bezittingen in Zeeuws Vlaanderen. Misschien dat hij daarom had gekozen voor de samenwerking met Hombach. Hier zie je maar weer dat nieuwe feiten vaak ook  weer nieuwe vragen oproepen.

In het volgende artikel zal ik nader in gaan op de families van Alstein, Robiano en Meijers.